Wanneer majoor trauma het stuur overneemt.

Plots is er tijd voor verstilling. Al kost het behoorlijk wat tijd om de juiste positie te vinden überhaupt stil te kunnen liggen,..

Knipogend zeg ik mijn afspraken af. “Deze week houd ik het been stijf.” of “Het is duidelijk dat ik eerst nog wat patiëntenervaring dien op te doen vooraleer ik aan zinnige beleidsvoering zal kunnen doen.” Maar eigenlijk doet het loslaten een beetje pijn.

Lieve mensen wensen mij een snel herstel. “Duidelijk geen ervaringsdeskundigen” denk ik glimlachend. Afhankelijk van de aard van het letsel wordt dit een revalidatie van weken of van maanden.

MR rechterknie (2018).

Wat ik mezelf zou wensen?

Een spoedcursus “aandachtig (naar mijn lichaam) luisteren” en “leren delegeren”!

Hoewel de meeste mensen bereid zijn om te helpen, merk ik twee zaken op.

Enerzijds is daar “de redderreflex”. In een soort van automatisme schiet men ter hulp, voordat er een hulpvraag uitgesproken is, gebaseerd op de eigen kennis, ervaringen en overtuigingen. Dat is zeker een goede strategie in een acute noodsituatie: nadat ik ten val was gekomen, wachtten de omstaanders niet tot ik zei: “kunnen jullie mij aub helpen, want ik ben gevallen en ik lijk niet direct recht te kunnen staan..?” Nee, men kwam naar mij toegesneld. Men hield mijn handen vast, maakte oogcontact en bleef rustig met mij praten opdat ik bij bewustzijn bleef. Maar het is niet altijd de beste strategie in een chronische situatie,.. Dan kan het beter zijn om een afstand van de eigen overtuigingen te nemen en aandachtig te leren luisteren naar de vraag (achter de vraag) van de hulpvrager. En dat vraagt behoorlijk wat vaardigheden,..

Anderzijds is daar “de kunst van het hulp vragen én aanvaarden”. Niet eenvoudig in een tijdperk waar “het zelf” hoogtij viert. Hoe vlug of vaak zeggen of denken we niet: ik zal dat wel zelf beslissen of ik zal het wel gewoon zelf doen. Het is een absoluut bevreemdende, confronterende en akelige ervaring wanneer “het zelf” plots haar vrijheid, mobiliteit, zelfstandigheid kwijt raakt en op slag afhankelijk is van anderen. Ook deze kunst vergt verschillende vaardigheden. Eerst en vooral een grondhouding van vertrouwen, van berusting. Daar bovenop: het accuraat kunnen inschatten wat zelf mogelijk en waarvoor bijkomende hulp nodig is, wat je werkelijk nodig hebt, wat je aan wie binnen je netwerk kan vragen en tot wie je je kan richten wanneer dat netwerk ontbreekt of tekortschiet, wanneer je dat dient te doen, en hoe je dat dient te doen,..

Onderweg naar diagnose (2022). Stap 1. RX-linkerknie.

Maar wat als je het (leer)vermogen niet (meer) hebt om deze kunst onder de knie te krijgen..?
Wat als een ongeval niet enkel leidt tot fysieke, zichtbare kwetsuren, maar ook tot minder zichtbare of zelfs onzichtbare hersenletsels..?

Het brengt mij tot een tweede wens.

Dat ons project “de vroege vogels” de tijd en ruimte kan krijgen om, niet snel, maar duurzaam verder te mogen groeien. Zodat het in de nabije toekomst structureel ingebed, een nieuwe zorgstandaard kan worden.

Aan den lijve heb ik mogen ondervinden dat een ongeluk onverwacht en vlug gebeurd is en dat het werkelijk iedereen kan overkomen. Hoe ik wenste dat ik op dat moment in “onze regio” kon zijn, omdat ik de “vroege vogels” procedure op mijn duimpje ken,..

Ik herinner mij geen klap op het hoofd en ik ben ook niet helemaal buiten westen geweest. Maar langs de andere kant herinner ik mij toch eigenlijk niet zo goed wat er precies gebeurd is en heb ik toch een tijdje in het zuidwesten gezweefd,..

Gelukkig hebben wij de afgelopen periode het absolute voorrecht gehad om ons te mogen omringen met experten allerhande, dus beste collega’s, houd de knipperlichten in het oog!

hartfalen

Wat kan ik kennen?

Van het heart2heart-symposium heb ik onthouden dat  een hartfalenpatiënt gemiddeld vijf comorbiditeiten heeft: diabetes, chronische nierinsufficiëntie, COPD en depressie. En dat het ontwikkelen van multimorbiditeit sociaal ongelijk verdeeld is: meest kwetsbaar zijn degenen onderaan de sociaaleconomische ladder.

Wat zijn dan de concrete doelstellingen van “zorgpad hartfalen”, vraag ik mij af? En hoe “meten” we in welke mate we onze vooropgestelde doelstellingen halen?

Zou het zinvol kunnen zijn om contact op te nemen met het IMA..? Opdat men ons kan helpen gegevens te verstrekken die relevant zijn en die verband houden met onze actie..? Welke indicatoren zijn relevant om op te volgen inzake vroegtijdige opsporing..? Indicatoren die verband houden met het gebruik van diensten of het inschakelen van specialisten, of indicatoren die verband houden met het gebruik van geneesmiddelen..? Maar hoe detecteren we ondergebruik..?

We staan voor de transitie naar (kwaliteitsvolle) geïntegreerde zorg – en dat is een collectief zoekproces.

Wat moet ik doen?

In de eerste plaats, aandachtig naar jullie luisteren om ervoor te zorgen dat professionals in de zorg en welzijn hun werk op een goede en duurzame manier kunnen doen.  Dus, spreek het uit – welke ideaal- of angstbeelden sluimeren onder de belangen die jullie (discipline, sector, organisatie of eigen hart) behartigen!

Maar ik moet niet enkel aandachtig naar jullie luisteren, ik moet jullie ook uitdagen, op twee vlakken.

Ik begin met een raadsel: “Wat hebben hartfalen, diabetes, chronische nierinsufficiënte, COPD en depressie” met elkaar gemeen.. ?

Onnodige, en dus eigenlijk te vermijden, ziekenhuisopnames..? Dat de rode draad een multimorbide patiënt is, een mens met levensdoelstellingen..? A propos: over mensen gesproken: zijn we ons voldoende bewust van de realiteit van laaggeletterdheid en de culturele diversiteit onder de mensen?

Van het traject bij de Brug hebben we geleerd dat een verruiming van een louter medisch georiënteerd zorgpad zinvol is, maar de manier waarop we het tot nu toe hebben aangepakt (met eenmalige brieven naar huisarts, apotheker, thuisverpleegkundige waarvoor men kan factureren) lijkt niet te werken. Ik zie zelf niet direct hoe het anders kan, maar ik denk luidop.

Zou het kunnen dat we ons binnen een zorgpad nog teveel richten op de eigen discipline en niet op het totaalplaatje? Onderschatten we de meerwaarde van de samenwerking met anderen? Dient een zorgpad vanuit het ziekenhuis opgestart te worden? Of kan een minimale versie ook starten vanuit de eerstelijn?

Een tweede uitdaging komt straks verder aan bod. Hoe gaan we ons in de (nabije) toekomst (her)organiseren?

Hoe zullen ziekenhuizen, ziekenhuisnetwerken, eerstelijnszones (70 000 tot 125 000 burgers) zich op een niet enkele verbindende, maar ook bindende manier organiseren..?

Terzijde: “In Gent, Leuven is men volop bezig met het ontwikkelingen van eerstelijnnetwerken (5000a10000 burgers). Strategie: bottom-up, vertrekkend van een aantal huisartspraktijken b.v. die hun GMDs samen voegen en samen met de andere betrokken hulpverleners in zorg en welzijn voor de groep van 10000 ‘accountable’ zijn; de buurtzorg projekten zouden hierbij ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren?”

Binnen de Brug buigen we ons 30 mei grondig over deze toekomstvragen,..

Wat ik mag hopen?

Dat we in deze regio voortouw nemen om het goede voorbeeld te geven. Dat we een zinvol, concreet en inspirerend voorstel aan de overheid kunnen voorleggen. Dat u zelf ook durft mee te denken en mee te doen.

Wat de mens is, ten slotte?

de intermenselijke factor in collectieve zoekprocessen

Van het KCE-expertenpanel heb ik onthouden:

Laat ons afstappen van het projectmatige werken, laat ons stoppen met pilootprojecten en -systemen om “dit en dat” uit te testen. Laat ons allemaal samen, op een georganiseerde wijze, in grote verscheidenheid, aan de slag gaan, vooruit gaan en laat ons gaande weg voortdurend van elkaar leren. Dat is een randvoorwaarde.

“Ja, maar, wie zal modereren?” vroeg ik? Wie zal een veilig kader scheppen, zodat de stemmen die het kunnen en het gewoon zijn om lang en luid te spreken ook eens tot stilzwijgen geïnspireerd worden, zodat de kwetsbare en excentrieke stemmen ook wat durven en kunnen zeggen.

Ik sliep er een paar nachten over en ging nog een stap verder. “Is het mogelijk om elkaar binnenkort ook eens in levende lijven te kunnen ontmoeten..?”

Vorige week kregen we (vanuit de mutualiteiten) de vraag welke definitie van “casemanagement” we binnen De Brug gebruiken en hoe zich dat in de praktijk vertaalt.

“Tot op heden hebben wij inderdaad nog geen duidelijke visie en plan van aanpak op vlak van casemanagement. Maar ik zou wel durven zeggen dat we boeiende onderzoekspistes lopen hebben. Mocht dit gewenst zijn, dan zijn wij zeker bereid om in het najaar onze tussentijdse ervaringen en bevindingen hierover te bundelen en een presentatie te geven.”, reageerde ik diplomatisch, terwijl ik mij momenteel mentaal voorbereid op “mijn veldonderzoek” van morgen.

Morgen mag ik, als vertrouwenspersoon, een MDO meevolgen.
Dat ik dat mag, dat vind ik toch wel heel bijzonder.

“goal oriented” of “value based” ?

“Wij beginnen ergens aan. We weven onze draden in een netwerk van relaties. We weten nooit wat het resultaat zal zijn. We moeten allemaal zeggen: “Heer vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen”. En dat geldt voor alle handelen. Dat is een risico. En dat risico kunnen we enkel nemen in een diep vertrouwen in de menselijkheid van alle mensen.”

Hannah Arendt

Een diep vertrouwen.
Dat mocht ik de afgelopen week verschillende keren ervaren.

Toen ik dinsdagochtend met een bijzonder klein hart op bureau toekwam, omdat ik wist dat ik de vraag “en hoe was de week vakantie” zou krijgen, en het niet professioneel is om te zeggen dat “ik wil het er eigenlijk niet over hebben, want als ik er diep over nadenk, dan wil ik alleen maar wenen”. Maar tijdens een diepmenselijk gesprek met Carl verdampte mijn angsten en rolde ik in de week.

Toen ik dinsdagnamiddag met Annelies en Marlies ging wandelen. We hadden in levende lijve afgesproken om het over ons gedeeld project “richting een mantelzorgvriendelijk beleid” te kunnen hebben. En de zon scheen. Dus Marlies en ik zwierden stante pede onze laptops en schriften langs de kant, daar waar Annelies twee uur lang dapper wandelde met een schrift onder de arm, waarin ze helemaal niets geschreven heeft.

Ik herinner mij nog heel goed die keer dat ik Annelies voor het eerst aan de lijn had, november 2020.

“Hallo, ik ben Michèle en behoorlijk nieuw bij De Brug en doen jullie binnen Empact soms iets voor mantelzorgers, wat ik heb in NL tijdens “de dag van de mantelzorger” een show op een regionale televisiezender gezien – en ik ben fan van de lokale impact die regionale televisiezenders kunnen hebben, dus het lijkt me een tof idee om met gebundelde krachten iets op WTV te kunnen brengen”. “Hallo, ik ben Annelies en ik weet niet of wij iets doen, want ik ben net begonnen.”

Soms is het goed om even stil te staan. Als ik zie vanwaar we komen, en waar we anderhalf jaar later staan, dan sta ik eigenlijk wel versteld.

Toen ik dinsdagavond bezoek van Sophie kreeg, ze kwam een paar spullen en gedachten ophalen.

Wie mij graag eens van een andere kant wil leren kennen, kan de komende dagen een bezoek aan (het kakofonische) Gent Design Fest brengen.

Toen ik woensdagochtend een afspraak met mijn rentreecoach had. Wat ben ik dankbaar om in onzekere tijden een neutraal klankbord te kunnen hebben. Iemand die luistert, meedenkt en mij helpt mijn grenzen te bewaken. En dat terwijl zijn eigen professionele toekomst momenteel onzeker is.

Toen ik woensdagavond binnen het lerend netwerk rond de KCE-studie enkele bewonderingswaardige mensen mocht ontmoeten, die mij inspireren om een betere versie van mijzelf te worden.

En vandaag ligt mijn diep vertrouwen in wat komen zal.

de proef op de som

Het is zondag en ik stort mij op het werk. Ik doe dat omdat ik een week vakantie had. Niet echt vakantie-vakantie. Poging tot vroegtijdige zorgplanning-vakantie. Mantelzorgvakantie.

patient 'geduldig, geduldig dragend', ontleend aan Latijn patiēns (genitief -entis) 'geduldig, geduldig lijdend', het teg.deelw. van patī 'lijden

De omgeving was betoverend. Om bij te huilen schoon. Maar het was zeer confronterend om een week op het ritme van mijn ouders mee te lijden. De veroudering te zichtbaar. Soms sneed de spanning in de lucht dieper dan een vlijmscherpe schelp dat kan doen. De woorden die dan vielen, gewoon te hard.

Wie zal de eerste van de drie zijn om te sterven? We hebben allemaal zo onze verhoogde risicofactoren,…

Of vier, als we Sigo meetellen.

Ik vind het moeilijk om aan iemand van een andere cultuur uit te leggen dat in ons gezin, de hond een wezenlijk deel van het gezin kan zijn. Doorgaans professioneler dan de doorsnee zorgverlener.

(Gelukkig schrijf ik voor mijn eigen cultuur en hoef ik het aan jullie niet uit te leggen. Toch? Of ga ik weer te ver en is het nu tijd om op mijn hoofd te gaan staan?)

Als ik het op een dag dan toch zou moeten proberen uit te leggen,.. dan zou ik alleszins met een voldoende (maar niet te) grote boog om de rotsen in de verte proberen te varen, om proberen te vermijden dat de onverwachte stroming mij in één beweging naar de branding zou trekken. Maar, zoals jullie ook weten leidt preventie van het éne doorgaans tot een risicoverhoging van het andere. Hoe verder ik van land vaar, hoe groter de kans dat onverwachte windstoten mij in één teug de dieperik in blazen. Of niet soms?

“Als mijn vader niet ernstig met mij over vroegtijdige zorgplanning wil praten, dan zal ik eens voor zijn ogen op een winderige dag gaan packraften,..”

Het is zondag. En ik stort mij op het werk.

Het stemt mij content dat ik eerdere gedachten zie weergalmen in voorstel “transitietraject geïntegreerde zorg”. (Ik moet wel leren om beter voorbereid naar zo’n zaken te gaan om er wat meer diepgang in te kunnen steken.)

Eigenlijk zou ik dat dus idealiter zo vlug mogelijk, maar ten laatste voor woensdag aandachtig dienen te lezen. En het daarna kritisch vergelijken met “de kladversie nota” van de collega’s. In het beste geval voor dinsdagmorgen, om mijn tussentijdse ideeën met mijn meest nauwe collega’s te kunnen bespreken.

En dan vlijmscherp staan, tijdens het expertenpanel op woensdag 20/04 en donderdag 21/04 van 18u30 tot 21u30. Maar ook tijdens de intervisie van de projectcoördinatoren op dezelfde donderdag van 14u tot 16u. Terwijl ik diezelfde donderdagnamiddag eigenlijk gewoon naar het festival chronisch gezond had willen gaan.

Het is zondag. Zalig Pasen!

met vleugels van papier

Ik zou zo graag een vliegvisster willen zijn.

Maar ik ben te ongeduldig. Onderweg raak ik zoek in de kleuren die mij omringen en aan de rand van het water gaan mijn gedachten in stroomversnelling.

Over het in relatie zijn en het spanningsveld wanneer mensenwensen niet op elkaar afgestemd geraken, over de onrust die je voelt omdat je jezelf voorstelt hoe het nu, elders, beter had kunnen zijn, dat verdomde groene gras aan de overkant. Over de indruk die ik heb dat, wanneer je dichtklapt, je je vermogen tot empathisch voorstellen verliest en over de feilbaarheid van kennis wanneer je herinneringen spiegelt aan dat wat je nu ziet. Over het verzamelen van drijfhout dat door het water afgesleten is (ja er is hier veel in beweging, mijn geest verveelt zich niet).

Over het verhaal van de libelle en de rust die ik ervaar tegen een boom vlakbij het water en over het kunnen zien en ruiken en voelen van mos waardoor ik aan mijn sterfbed ga denken. Het ingewikkelde: emotionele geladenheid in contrast met een dieper inzicht dat geen doorleefde vanzelfsprekendheid is omdat ik het onvoldoende voed.

Over de acute onrust die mij overvalt tijdens het rivierwaden, hoe blij ik was met je uitgestoken hand. (Ik denk eraan om flowcharts te leren maken opdat wij beter leren met elkaar te spreken en ik vraag me af in welk klooster ik als eerste wil gaan logeren.)

Ik ben een te grote mijmeraar vrees ik en daarom kan ik geen vliegvisster zijn. Dat uitgekiende imitatio-aemulatio gebeuren en de maatschappelijke link die ik daarin zie: je houdt de kwetsbare mensen iets voor waarvan ze denken dat het goed voor hen is en op die manier neem je hen, voor de sport, beet.

Al meen ik in de gangen van de kevers en de druppels van de dauw de toekomst te kunnen lezen – en geloof mij, verandering is op til.